De pragmatische ontwikkeling: een overzicht
Pragmatiek beschrijft volgens Wegener-Sleeswijk & van den Dungen (1994) de vaardigheid om het taalgebruik aan te passen aan de gesprekspartner, de context en de situatie. De pragmatische ontwikkeling begint in de prelinguale periode van de taalverwerving (Ninio & Snow, 1996) en verloopt parallel aan de ontwikkeling van de andere taaldomeinen en is hiermee vast verbonden (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000). Jeanes, Nienhuys en Rickards (2000) beschrijven in hun onderzoek naar pragmatische vaardigheden, dat normaalhorende kinderen rond de leeftijd van 8 – 10 jaar de meeste pragmatische vaardigheden dusdanig beheersen dat zij als volwaardige gesprekspartner kunnen fungeren. De ontwikkeling van de pragmatische vaardigheden is evenals de algemene taalontwikkeling nauw verbonden met de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000). Zij wordt aangestuurd door dezelfde drie principes: de leeftijd van het taallerende kind, het taalaanbod van de omgeving en interne mentale processen zoals een aangeboren predispositie tot het verwerven van taal (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000). Een belangrijke rol speelt het taalaanbod, in de vorm van de sociale en talige interactie van het kind met zijn omgeving (Baker, Blankenstijn, & Roelofs, 1999). Op deze manier wordt het kind in verschillende communicatieve situaties met pragmatische regels geconfronteerd en leert het, wat er in een bepaalde situatie van hem verwacht wordt (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000). Het sociaal-emotionele functioneren van het kind bepaald de kwaliteit en kwantiteit van de interactie van het kind met zijn omgeving. Dus de omvang, waarin er voor het kind situaties gecreëerd worden, waarin pragmatische vaardigheden toegepast worden (Baker e.a., 1999). De rijping van de cognitieve mogelijkheden is hierbij van belang, omdat deze bepalen in welke mate het kind in staat is deze regels te begrijpen en op basis van zijn ervaringen te leren (Baker e.a., 1999).
Zoals in figuur 1 weergegeven, wordt de pragmatiek behalve door het taalaanbod gestuurd door de wisselwerking van interne talige en niet-talige mentale processen van het kind (Blankenstijn & Scheper, 2006). Deze processen vinden plaats in sensorische, emotionele en executieve verwerkingssystemen (Ayres, 1994; Perkins, 1993; Blankenstijn & scheper, 2003; Geurts, 2003, Martin & McDonald, 2003, zoals geciteerd in Blankenstijn & Scheper, 2006, pagina niet bekend). Via sensorische systemen zoals het gehoor, de visus en het tactiele systeem ontvangt het kind een communicatieve uiting en de begeleidende pragmatische informatie (Blankenstijn & Scheper, 2006). Via de emotionele informatiebewerking interpreteert het kind vervolgens de emotionele betekenis van de boodschap en ontvangt informatie over bijvoorbeeld de persoonlijke relatie met de luisteraar (Blankenstijn & Scheper, 20006). Executieve functies, zoals aandacht en geheugen, zorgen ervoor dat het kind talige informatie over pragmatiek in een groter geheel kan plaatsen en zodoende kan verwerken en opslaan (Blankenstijn & Scheper, 2006). Bij deze executieve systemen hoort ook motivatie. Vanuit de motivatie wordt onder andere het interesse voor de deelname aan sociale talige activiteiten aangestuurd (Blankenstijn & Scheper, 2006) en empathie met anderen geactiveerd (Bruinsma & Loonen, 2006, zoals geciteerd in Blankenstijn en Schepers, 2006, pagina niet bekend).
Figuur 1: Pragmatische taalvaardigheid wordt gestuurd vanuit de interactie tussen niet-talige en talige systemen (Blankenstijn & Scheper, 2006).
Roth en Spekman (1984) onderscheiden de taalvaardigheden, die onder pragmatiek vallen, in drie pragmatische parameters die met elkaar interageren door middel van de sociale context van een gesprek. Deze drie parameters zijn: communicatieve intenties, presuppositie en de sociale organisatie van een gesprek. De communicatieve intenties beschrijven het communicatieve doel dat een spreker wil overdragen. Niet alleen de inhoud maar ook de vorm van de communicatieve uiting is hierbij belangrijk. Deze kan worden onderverdeeld in non-verbale, verbale en supra-segmentale vormen, zoals intonatie en klemtoon (Roth & Spekman, 1984). De presuppositie betrekt zich op de relatie van de verzonden boodschap met de ontvanger en het vermogen van de spreker om rekening te houden met de luisteraar. Onder de sociale organisatie van een gesprek worden ook wel de conversatievaardigheden begrepen. Het beschrijft de wederkerigheid en de vaardigheid om een conversatie in stand te houden en te reguleren (Roth & Spekman, 1984). Om de pragmatische vaardigheden te kunnen analyseren moet tevens altijd rekening worden gehouden met de context (Roth & Spekman, 1984). Een overzicht over de vaardigheden die onder deze parameters vallen is in tabel 1 weergegeven.
De Nijmeegse Pragmatiektest is gebaseerd op het model van Roth en Spekman (1984), dat zich kenmerkt door een differentiatie in pragmatische vaardigheden. De test maakt gebruik van drie categorieën: Communicatieve Functies (CF), Conversatievaardigheden (CV) en Verhaalopbouw (VO) (Embrechts, Mugge en van Bon 2005).
Tabel 1: Pragmatische vaardigheden volgens Roth en Spekman (1984).
|
Communicatieve intenties |
Presuppositie |
Conversatie-vaardigheden |
|
Aandacht geven en vragen |
Rekening houden met de voorkennis van de luisteraar: - adequaat gebruik van deiktische woorden - adequaat gebruik van verwijzende woorden |
Beurtgedrag |
|
Waarschuwen, plagen, grapjes maken en begrijpen |
||
|
Reageren op de gesprekspartner, verbaal en non-verbaal |
||
|
Reageren op voorafgaande uitingen - informatie toevoegen - ontvangstbevestiging |
||
|
Regulatie van conversaties en contact |
||
|
Vragen om: - informatie - voorwerpen - herhaling - toestemming - actie |
Rekening houden met de talige en sociale context en de manier van communicatie |
Topic - instandhouden - initiëren - wisselen |
|
Uiten van: - emoties - overtuigingen - mening - feiten |
Innemen van perspectieven |
In stand houden en repareren van de communicatie |
|
Commentaar geven |
Cohesie |
|
|
Weerspreken |
||
|
Groeten |
||
|
Prosodie en klemtoon |
||
|
Humor |
Starttekst Wiki Pragmatiek geschreven door: Catharina Nintzel (2011), student Hanzehogeschool Groningen, Logopedie
Literatuur:
Baker, A.E., Blankenstijn, C.J.K., & Roelofs, M. (1999). Taalontwikkeling: de pragmatische ontwikkeling. Hoofdstuk niet bekend. Handboek Stem– Spraak– Taalpathologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Blankenstijn, C.J.K., & Scheper, A.R. (2006). Pragmatische taalstoornissen bij kinderen. Hoofdstuk niet bekend. Handboek stem- spraak- taalpathologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Embrechts, M., Mugge, A., & Bon, van, W. (2005). NPT | Nijmeegse PragmatiekTest (handleiding). Amsterdam: Harcourt Assessment B.V.
Goorhuis, S.M., & Schaerlaekens, A.M. (2000). Handboek taalontwikkeling, taalpathologie en taaltherapie bij Nederlandssprekende kinderen.Utrecht: de Tijdstroom.
Jeanes, R.C., Nienhuys, T.G.W.M., & Rickards, F.W. (2000). The pragmatic skills of profoundly deaf children. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 5, 237 – 247.
Ninio, A., & Snow, C.E. (1996). Pragmatic development. Boulder/Colorado: Westview Press Roth, F.P., & Spekman, N.J. (1984). Assessing the pragmatic abilities of children: Part 1.
Organizational framework and assessment parameters. Journal of Speech and Hearing Disorders, 49. 2 – 11.
Wegener Sleeswijk, B., & van den Dungen, L. (1994). Pragmatiek: onderzoek en behandeling. Van horen zeggen, 1994. 76 – 84.